-

 


wordt donateur van jazzmasters

Nederlands Jazz Archief

 





 

 


......Paul van Vliet, Lex Dalen Gilhuys (Haagsche Courant) en Wim van Woerkens

 

.IN MEMORIAM WIM VAN WOERKENS - door Bert Jansma
Er bestaat een verhaal over Paul van Vliet die in Amerika cabaret-voorstellingen geeft voor Nederlandse expats en hun relaties.
Na afloop raakt hij met z'n gasten aan de praat en vertelt trots dat hij in Den Haag een theatertje heeft, een klein theatertje, Pepijn.
''Yeeah', zegt zijn Amerikaanse gesprekspartner alsof hem opeens een licht opgaat, 'you mean that small jázzclub in The Hague?'.

De anecdote is tekenend.
Tekenend voor Wim van Woerkens die er nu niet meer is.
Want Wim van Woerkens wás die small jazzclub op de zondagmiddag, hij wás Jazz in Pepijn. En iedereen die er geweest was, wist het. Hier en over de grenzen.

Toen ik eind 1972 terugkwam in Den Haag, las ik in de Haagsche Courant, boven een column van Lex Dalen Gilhuys dat iemand door de telefoon hem Jip, Jip Jip toeriep. Toch even beter lezen, dacht ik. Want ik kreeg een gevoel dat ergens tussen de padvinderij en Annie M. G. Schmidt bleef zweven en even niet wilde landen.

Die roepende bleek Wim van Woerkens.

En hij had het uiteraard over J.I.P, Jazz in Pepijn.
Ik kwam toen net bij Dagblad Het Binnenhof en Wim van Woerkens en zijn Pepijn heb ik zo leren kennen. Eerst zijn stencils die overvloedig op de redactie belandden, trouw vergezeld van een jazzfoto van Raymond Peter. Daarna Wim zelf, via de interviewtjes die we deden als het weer eens hoognodig was om een schijnwerpertje op zijn werk te zetten. Of op zijn gebrek aan financiële steun.

De tocht naar de Schoolstraat werd een zondags ritueel waarvan je nooit helemaal wist hoe 't afliep. Want Karel aan de deur had een tas voor ingewijden, dat wil zeggen voor degenen die zich aan de bar wel graag lieten vollopen, maar daar financieel niet op wilden leeglopen.

Het was de spreekwoordelijke huiskamer van de jazz, voor nieuw en gevestigd talent. En dat wás er: Frans Elsen, Dexter Gordon, George Coleman, Billy Higgins, Ferdinand Povel, Ack van Rooyen, Woody Shaw. Pianist Rob Agerbeek schreef bij Tien jaar Jazz in Pepijn: "Je kreeg er als musicus vaak het gevoel dat je voor eigen familie en vrienden optrad".
Dankzij Wim dus.

Paul Acket noemde Wims jazzclub in 1980 zijn 'onmisbare wekelijkse soos' en vroeg zich als goed zakenman af, ik citeer, "hoe Wim van Woerkens er in slaagt om zulke 'dure' attracties in deze betrekkelijk kleine ruimte te presenteren".

Betrekkelijk klein, was een eufemisme. Een beetje kwintet met een goed geoutilleerde drummer had het al moeilijk om niet van dat petieterige podium te vallen. Kenners aan de bar stootten elkaars glazen om als er weer een mooie solo werd geblazen.

Hoe het Wim allemaal lukte?
Ik stel me zo voor dat hij musici van naam wat honde-droevig aankeek en vooruit, ze deden het voor minder. Pianist Cees Slinger schreef dat een optreden in Pepijn meestal een kleine muzikale happening werd. Waarom? Ik citeer Cees: "Domweg omdat je in Pepijn bijna niet anders dan zeer geïnspireerd kunt spelen".
Paul Acket vroeg Wim dan ook om deel uit te maken van de organisatie van zijn eerste North Sea Jazz festivals.

Een In memoriam Wim van Woerkens is na al die jaren toch ook wéér een In memoriam voor Jazz in Pepijn. In een gemeentelijk rapport dat nota bene Sterren aan het Firmament heette, werd besloten dat het Theater aan het Spui de functie van stedelijk jazzpodium moest krijgen.
Ja, ja. Het moet Wim toen veel pijn gedaan hebben.

Het geld van Pepijn ging naar dat Spui en werd er vervolgens onzichtbaar.
Logisch. Want de gemeente kon dan wel géld overmaken, maar géén Wim van Woerkens.
Diens inbreng - en die van partner Geertje uiteraard - was het Grote Verschil.

De gemeente wist dat niet. Jazzmusici wel.
Die waren er allemaal, op de afsluitende jazzmarathon op 14 november 1993.
Onder het motto: "23 jaar Wim van Woerkens voor de jazzmusici - nu de jazzmusici voor Wim van Woerkens".

Ik denk aan Wim, op die slordige manier vrolijk, een beetje pesterig-uitdagend kijkend, met monkelende ogen vanachter zijn brilleglazen. Altijd enthousiasmerend, altijd genietend. En ik denk aan hoe de jazz in Den Haag een bevlogen liefhebber als Van Woerkens mist. Eigenlijk zou er een Van Woerkens-penning ingesteld moeten worden als beloning voor iemand die net zo belangeloos als hij de jazz heel hoog heeft zitten.

Die penning is er niet. En, helaas, als hij er wel zou zijn, zou ik niet zo gauw weten aan wie hij uitgereikt zou moeten worden.

Wim - wij, jazzliefhebbers-op-leeftijd, zullen nog vaak aan je denken.

Tekst uitgesproken bij de crematieplechtigheid voor Wim van Woerkens op vrijdag 8 juni 2007.




 

René Laanen © 1998 - 2015 - Author/Webmaster -